De titel Apostolisch Protonotaris is - binnen de Rooms-katholieke Kerk - zowel de hoogste erefunctie die door de paus kan worden verleend aan zeer verdienstelijke priester, als een daadwerkelijke functie, die door prelaten van de Romeinse Curie wordt uitgeoefend. Sinds de zestiende eeuw kwam het gebruik in opgang om protonotarissen als ereambten te verlenen. Vaak betrof het de benoeming van functionarissen die binnen hun lokale bisdommen eenzelfde soort werk verrichtten als de protontarissen op het centrale niveau. Soms ook werd de titel daadwerkelijk uit louter eerbetoon verleend.
De titel Apostolisch Protonotaris is - binnen de Rooms-katholieke Kerk - zowel de hoogste erefunctie die door de paus kan worden verleend aan zeer verdienstelijke priester, als een daadwerkelijke functie, die door prelaten van de Romeinse Curie wordt uitgeoefend. De titel stamt nog uit de begintijd van de Kerk, toen de zogenaamde notarii apostolici uitgroeiden tot de hoogste notarissen van de pauselijke kanselarij. Zij waren traditiegetrouw belast met het vastleggen van Oorkonden, Dogma's, Heiligverklaringen en de verslaglegging van consistories en conclaven. Aan het einde van de middeleeuwen waren de Protonotarissen een machtfactor van belang, maar daarna nam hun invloed steeds verder af. Paus Gregorius XVI stelde hun aantal in 1838 het aantal protonotarissen in dienst van de Curie, vast op zeven. Deze zeven protonotarissen werden de protonotarii de numero participantium genoemd. Sinds de zestiende eeuw kwam het gebruik in opgang om protonotarissen als ereambten te verlenen. Vaak betrof het de benoeming van functionarissen die binnen hun lokale bisdommen eenzelfde soort werk verrichtten als de protontarissen op het centrale niveau. Soms ook werd de titel daadwerkelijk uit louter eerbetoon verleend.