Een immuniteit was het gebied rondom een abdij, klooster, kathedraal of kapittelkerk waar slechts het kerkelijk recht van de betreffende geestelijke instelling gold. Deze gebieden vormden een soort eilandjes binnen de stad en hebben tot aan de tijd van Napoleon bestaan. In de middeleeuwse steden waren de immuniteiten van kathedralen, kloosters en kapittelkerken duidelijk afgescheiden van de rest van de stad door middel van muren en grachtjes. Binnen de immuniteit bevonden zich alle tot de geestelijke instelling behorende gebouwen en ook de woonvertrekken van de daaraan verbonden geestelijken.
Een immuniteit was het gebied rondom een abdij, klooster, kathedraal of kapittelkerk waar slechts het kerkelijk recht van de betreffende geestelijke instelling gold. Deze gebieden vormden een soort eilandjes binnen de stad en hebben tot aan de tijd van Napoleon bestaan. De immuniteiten ontstonden in de merovingische tijd, toen koningen aan kloosters en kathedralen grondstukken met speciale rechten schonken waardoor zij volledig autonoom (immuun voor inmenging van buitenaf) werden. De wereldlijke macht had binnen het gebied van de immuniteit niets in te brengen. Daardoor bezat de geestelijke instelling ook eigen rechtspraak over de aan die instelling verbonden personen. In de middeleeuwse steden waren de immuniteiten van kathedralen, kloosters en kapittelkerken duidelijk afgescheiden van de rest van de stad door middel van muren en grachtjes. Binnen de immuniteit bevonden zich alle tot de geestelijke instelling behorende gebouwen en ook de woonvertrekken van de daaraan verbonden geestelijken. Vanaf de tiende eeuw verlieten geleidelijk aan de seculiere kanunniken, verbonden aan de kapittels, het gebruik om in gemeenschap te leven. Zij bouwden huizen voor zichzelf binnen de immuniteit, die vaak waaiervormig om de kerk en de bijgebouwen heen kwamen te liggen. In veel Europese steden is deze opzet nog in het bebouwingspatroon te herkennen.