| abstract
| - Juan José Gerardi Conedera (Guatemala-Stad, 27 december 1922 - aldaar, 26 april 1998) was een Guatemalteeks bisschop en mensenrechtenactivist. Gerardi kwam uit een familie van Italiaanse afkomst, en kon dankzij een beurs in New Orleans theologie studeren. In 1946 werd hij gewijd als priester. Hij diende aanvankelijk in plattelandsgemeenten en later in de hoofdstad. In 1967 werd hij benoemd tot bisschop van Verapaz, Cobán en in 1974 tot bisschop van El Quiché. Gerardi toonde zich een beschermer van de Guatemalteekse Maya's. Hij ijverde voor het behoud van de Mayatalen en bekritiseerde regelmatig de Guatemalteekse autoriteiten wegens grove mensenrechtenschendingen. Na een reis naar Vaticaanstad in 1980 werd hem de toegang tot Guatemala ontzegd. Hij poogde asiel aan te vragen in El Salvador, wat hem werd geweigerd, en ging daarom in Costa Rica wonen. In 1982 kon hij terugkeren naar Guatemala en werd hij tot hulp-aartsbisschop van Guatemala-Stad benoemd. In 1988 werd hij in de Nationale Verzoeningscommisie benoemd, die een einde moest maken aan de Guatemalteekse Burgeroorlog en de verantwoordelijken voor de daarin begane gruweldaden moest opsporen. In 1998 publiceerde de commissie het rapport Guatemala: nunca más (Guatemala: nooit meer), waarin de regering als de verantwoordelijke werd aangewezen voor het overgrote deel van de begane oorlogsmisdaden. Twee dagen na de publicatie van het rapport, op 26 april 1998, werd hij voor zijn huis in Guatemala-Stad doodgeslagen. Zijn lichaam was zo zwaar verminkt dat hij slechts dankzij zijn bisschoppelijke ring geïdentificeerd kon worden. In 2001 werden de militairen Byron Disrael Lima Estrada, Byron Lima Oliva en José Obdulio Villanueva tot 30 jaar gevangenisstraf en de priester Mario Orantes tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens de moord op Gerardi. De straf voor Lima Estrada en Lima Oliva werd later verlaagd tot 20 jaar.
|