De abdij Ursberg was een tot de Zwabische Kreits behorende abdij binnen het Heilige Roomse Rijk. Ursberg (Berg van de oeros) was sinds de tiende eeuw aan de heren van Schwabegg. In 1119 sticht Werner van Schwabegg aan de voet van zijn burcht een klooster. Dit klooster dient tijdens de investituurstrijd als vluchtplaats van aanhangers van de paus. Volgens de overlevering treden de in het klooster levende koorheren in 1125 na een bezoek van de heilige Norbertus tot de Premonstratenzerorde toetreden. Daarmee is Ursberg het oudste Premonstratenzerklooster in Duitsland.
De abdij Ursberg was een tot de Zwabische Kreits behorende abdij binnen het Heilige Roomse Rijk. Ursberg (Berg van de oeros) was sinds de tiende eeuw aan de heren van Schwabegg. In 1119 sticht Werner van Schwabegg aan de voet van zijn burcht een klooster. Dit klooster dient tijdens de investituurstrijd als vluchtplaats van aanhangers van de paus. Volgens de overlevering treden de in het klooster levende koorheren in 1125 na een bezoek van de heilige Norbertus tot de Premonstratenzerorde toetreden. Daarmee is Ursberg het oudste Premonstratenzerklooster in Duitsland. In 1143 krijgt het sticht van koning Koenraad II zodanige privileges dat het een rijksklooster wordt. Na de dood van de laatste heer van Schwabegg neemt keizer Frederik I de kloostervoogdij over, waardoor de abt landsheer over het kloostergebied wordt. In de volgende jaren wordt de voogdij vaak door het Rijk verpand, onder andere aan de rijksstad Ulm. Na 1546 ligt de voogdij bij de keizer. Op 31 augustus 1802 krijgen de prelaten van de rijkskloosters Ursberg, Roggenburg en Wettenhausen ieder een schrijven van het keurvorstendom Beieren, dat de overname van de kloosters aankondigt. Op 3 september 1802 verschijnt er een officier met veertien soldaten die het gebied militair bezet. Op 14 december volgt de civiele overname. Artikel 2 van de Reichsdeputationshauptschluss van 14 februari 1803 legaliseert de overname door Beieren.