| abstract
| - Christoph Luxenberg is een pseudoniem waarvan niet vaststaat wie er achter schuilgaat. Aanvankelijk werd zijn naam in de pers toegeschreven aan een hoogleraar Semitische talen aan een Duitse universiteit. Inmiddels wordt er algemeen van uit gegaan dat het een Libanese christen betreft die goede contacten heeft met Duitse islamologen en daarmee ook gezamenlijk publiceert (zie literatuur). Christoph Luxenberg schreef in 2000 het boek Die Syro-Aramäische Lesart des Qur'an, waarin hij de ontstaansgeschiedenis van de Koran benadert met conventionele filologische middelen en dus niet kiest voor een theologische benadering. Daarbij komt hij tot de volgende observaties: 1. De Koran kan oorspronkelijk geschreven zijn in een Arabisch-Syrische mengtaal. Dit zou de voertaal zijn geweest in de handelsstad Mekka, waar Mohammed vandaan kwam. 2. Bij de codificatie van de Koran werd ervan uit gegaan dat de taal zuiver Arabisch was. Dit resulteerde in herinterpretaties van de tekst en het foutief toevoegen van letter- en klinkertekens, waardoor de betekenis veranderde. 3. In de mondelinge overlevering van de tekst van de Koran moet een hiaat gezeten hebben, anders was zoiets niet gebeurd. 4. De Koran is gebaseerd op christelijke teksten, waarschijnlijk een lectionarium, een boek met schriftlezingen, bedoeld voor de eredienst. 5. De Laylat al-Qadr (de Waardevolle Nacht, een van de laatste nachten tijdens de ramadan) is van oorsprong bedoeld als de christelijke kerstnacht maar met het verder afscheiden van de islam van het christendom later getransformeerd tot de nacht waarbij in plaats van Jezus de Koran naar de aarde zou zijn gezonden. Wetenschappers hebben aan Luxenbergs boek in eerste instantie nauwelijks aandacht besteed. Het moest eerst bekend worden door een artikel in Newsweek in juli 2002 voordat het academisch gerecenseerd werd. Door de aandacht in de pers is met name het verhaal dat de 72 maagden in het paradijs eigenlijk druiven zijn, wereldberoemd geworden. Luxenbergs conclusies worden in de media doorgaans weergegeven als vaststaand, maar het gaat in feite om een wetenschappelijke hypothese. Er wordt vanuit islamitische hoek kritiek uitgeoefend op zijn werk, maar ook onder deskundigen in dit vakgebied is zijn onderzoek omstreden. Dat Luxenberg klaarblijkelijk alleen een christelijke invalshoek zou hebben is daarbij een van de belangrijkste kritiekpunten. Dat neemt echter niet weg dat sommige van zijn suggesties serieus genomen worden en zijn boek het filologische onderzoek naar de tekst van de Koran opnieuw in de belangstelling van de wetenschap heeft gebracht.
|